+31 76-5226470 Bel mij terug
+31 76-5226470 Bel mij terug

Geen landelijk stookverbod, wel lokale aanpak van overlastgevers door gemeenten

Geen landelijk stookverbod, wel lokale aanpak van overlastgevers door gemeenten

Het huiselijk gebruik van open haarden en houtkachels neemt de laatste jaren toe. Ook is er een toename van het gebruik van buitenhaarden en vuurkorven in tuinen. Ongeveer 20% van de Nederlandse huishoudens bezit een open haard, houtkachel of een buitenhaard.

Het stoken daarvan kan tot overlast leiden voor de omwonenden. Tijdens het stookseizoen in de winter is de kans op overlast het grootst wanneer er sprake is van een slechte rookafvoer, het verbranden van onvoldoende gedroogd hout of afval en het stoken bij mistig of windstil weer. In de zomer kunnen omwonenden overlast van buitenhaarden, vuurkorven en barbecues ondervinden. Het verzet tegen het stoken van hout zwelt de laatste jaren langzaam maar zeker aan.

Over hoe schadelijk het stoken van hout voor de gezondheid nu precies is, lopen de bevindingen sterk uiteen. Duidelijk is wel dat de negatieve gevolgen voor de gezondheid – zoals het inademen van fijnstof – zoveel mogelijk moeten worden beperkt.

Medio januari 2019 is duidelijk geworden dat staatssecretaris Van Veldhoven niets voelt voor een landelijk stookverbod, ze ziet vooral een taak weggelegd voor gemeenten. Die zouden lokale overlast moeten aanpakken.

Het handhavend optreden tegen hinder als gevolg van het stoken van houtkachels / open haarden of buitenhaarden blijkt voor vele gemeenten een lastige zaak. De gemeenten zien zich bij het aanpakken en verminderen van stookoverlast vaak gesteld voor een probleem waarbij de emoties van burgers onderling hoog kunnen oplopen en waarbij een objectieve beoordeling van de overlast niet eenvoudig is te maken.

Staatssecretaris Van Veldhoven wil dan ook inzetten op betere voorlichting over de impact van stookoverlast van open haarden, houtkachels en buitenhaarden. Daarnaast wordt een stookalert ontwikkeld dat de huidige weersomstandigheden aangeeft en of het op basis daarvan aan te raden is om te stoken of niet.

Voor het stoken van hout door particulieren zijn geen wettelijke normen vastgesteld. Het is dan ook niet eenduidig wanneer de overlastgever een verbod overtreedt. Gemeenten kunnen controleren of het gebruik van de openhaarden, houtkachels en buitenhaarden aan de voorwaarden in artikel 7.22 Bouwbesluit voldoet. Daarnaast hebben veel gemeenten in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) opgenomen dat de gemeente handhavend kan optreden wanneer op hinderlijke wijze rook, roet, walm of stof wordt verspreid. Wanneer het stoken van hout tot hinder voor omwonenden leidt, kan er sprake zijn van een overtreding van dit artikel of de APV. 

Het college van Burgemeester en Wethouders heeft de taak om in geval van een dergelijke overtreding handhavend op te treden. Dat handhavend optreden bestaat in eerste instantie uit het verifiëren van de overtreding en indien de overtreding wordt vastgesteld, het (laten) treffen van maatregelen die de overtreding teniet doen. Uit rechtspraak blijkt dat het aanpakken van stookoverlast via de bestuursrechtelijke weg in de praktijk erg lastig is. Met name het begrip ‘hinder’ blijkt lastig te onderbouwen, waardoor zelden een stookverbod door de gemeente aan een burger wordt opgelegd. De Raad van State heeft eerder geoordeeld dat daarvoor moet worden aangetoond dat er sprake is van een dreigende aantasting van de volksgezondheid of sprake moest zijn van overmatige hinder. Die lat ligt dus vrij hoog. 

Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn om stookoverlast aan de burgerlijke rechter voor te leggen door een beroep te doen op onrechtmatige hinder zoals bedoeld in artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek. In deze procedure zal het leveren van bewijs voor het vaststellen van de stookoverlast een grote rol spelen. Dus is het raadzaam een deskundige in te schakelen voor het verrichten van nader onderzoek door middel van emissiemetingen (uitstoot van fijnstof), verspreidingsberekeningen of een objectieve bepaling van de rookoverlast dan wel geurhinder. Desondanks blijft de kans van slagen in een dergelijke procedure klein omdat de lat voor onrechtmatige hinder nu eenmaal erg hoog ligt. Laat u daarom voor aanvang van een procedure goed adviseren!

Meer weten? Neem contact op met Ingeborg Duijts 
duijts@kochadvocaten.nl of 076-2070 116

Altijd op de hoogte blijven? Volg ons op Linkedin!