nl en
+31 76-5226470
+31 76-5226470

Wanneer is een hockeytrainer werknemer en wanneer niet?

Hockeytrainer geen werknemer van hockeyvereniging

Afgelopen week publiceerde de rechtbank Zeeland-West-Brabant een uitspraak waarbij een hockeytrainer claimde in dienst te zijn bij de hockeyvereniging. Aangezien ik zelf ook vele jaren als hockeytrainer actief ben geweest, trok deze zaak direct mijn aandacht. In tegenstelling tot deze klagende hockeytrainer, heb ik zelf overigens nooit gesteld werknemer te zijn geweest.

De hockeytrainer verzoekt de kantonrechter om de volgens hem bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden en de hockeyvereniging te veroordelen tot betaling van een totaal bedrag van circa € 130.000,-- bruto.

De trainer in spe is in augustus 2015 bij de vereniging in dienst getreden. Destijds werd een arbeidsovereenkomst gesloten met een duur van 10 maanden. Volgens de trainer zou deze arbeidsovereenkomst telkens stilzwijgend zijn verlengd, omdat hij sindsdien trainingen is blijven geven. Deze stelling heeft hij onderbouwd met videobeelden, die op zitting zijn getoond. Ook zijn er aantekeningen uit zijn ‘speelboek’, WhatsApp-berichten en een verklaring van een speelster overgelegd. Creatief, maar onvoldoende: de kantonrechter heeft niet kunnen vaststellen dat de trainer zijn werkzaamheden voortdurend is blijven uitvoeren en dat de arbeidsovereenkomst stilzwijgend is voortgezet.

Enkele jaren later hebben de trainer en vereniging wél afspraken gemaakt over het trainen/coachen van een team (Dames 3). Volgens de vereniging kwalificeren de werkzaamheden als vrijwilligerswerk, terwijl de trainer stelde dat deze werden verricht uit hoofde van een arbeidsovereenkomst. 

Om te concluderen dat er een arbeidsovereenkomst bestaat, dient er sprake te zijn van arbeid, gezag en loon. De kantonrechter stelt dat er sprake was van arbeid, maar van een gezagsverhouding tussen de trainer en de vereniging én het betalen van loon is geen sprake geweest. Zo stelde de trainer de trainingen zelfstandig samen en werd er vanuit de vereniging geen toezicht gehouden op de wijze waarop hij dit deed. Niet is vast komen te staan dat er een gezagsverhouding bestond.

De betaalde vergoedingen bleven steeds binnen de fiscale normen van de vrijwilligersvergoeding. Tussen partijen is nooit gesproken over loon of salaris en de trainer heeft zelfs enkele jaren volledig vrijwillig gedraaid. Het element loon ontbrak dan ook volgens de kantonrechter.

Al met al wijst de kantonrechter de verzoeken van de hockeytrainer af. Gelukkig maar voor deze vereniging!

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20-11-2025 (publicatie: 06-01-2026) ECLI:NL:RBZWB:2025:8139

Altijd op de hoogte blijven? Volg ons op Linkedin!